Weg uit de armoede van de havens
Voor zijn reputatie als fotograaf gevestigd was, werkte Cor Jaring (1936) als
havenarbeider in de Amsterdamse havens. Tussen het werk door fotografeerde hij
zijn vrienden en collega-bootwerkers, reepgasten en ijzerwerkers. 'Hé Cor, lullekop, maak nog es een fotootje van me.' Cor hoorde erbij.
Zonder zich er bewust van te zijn schiep Jaring een uniek document, een beeldverslag vanuit het hart van de antieke en nu verdwenen haven. Een selectie van zijn oude en nieuwe foto's zijn ter gelegenheid van het honderdjarige jubileum van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam bijeen gebracht in het boek De Amsterdamse Haven. In het Amsterdams Stads Historisch Museum is een tentoonstelling gewijd aan zijn werk.
cor jaring
Vader Jaring dreef een winkeltje in tweedehands spulletjes op Wittenburg. Voor het werk in de haven of op zee was hij niet geschikt, want aan een oog was hij blind en het andere stond danig scheef. Vandaar. Op een dag kwam een kennis vader Jaring uit zijn winkeltje halen om een nieuwe uitvinding te bewonderen. Het was een naaimachine op benzine. Een wereldvondst. Met de technische gaven van de uitvinder en de handelsgeest van vader Jaring zouden beiden binnen afzienbare tijd schathemelrijk zijn. Maar tijdens de demonstratie vloog de naaimachine in de fik. Het brandende ding werd met een kordate zwaai uit het open raam geslingerd en kwam boven op Nelissie terecht, de jongste Jaring-telg, die door vader even op het binnenplaatsje was achtergelaten om te spelen. Nelissie stierf drie dagen later aan zijn verwondingen. Zijn moeder kon het verlies niet dragen en werd 'zieleziek'. Volgens de dokter was daar maar een oplossing voor: een nieuwe baby. Zo werd in 1936 Cor Jaring op doktersrecept geboren.
In die dagen lag de toekomst voor elke jongen van de Oostelijke eilanden zo goed als vast, tenminste, als je niet halfblind of op een andere wijze gemankeerd was. Je werd zeeman of havenarbeider. Ook Cor dacht lang dat aan het lot niet te ontsnappen viel. Aanvankelijk wilde hij naar zee, net als zijn neven en omes, maar zijn ingewanden bleken al niet bestand tegen de kabbelende golfslag van het IJ en voorbij Diemen werd hij reeds overvallen door verscheurende heimwee. De haven bleef dus over. Cor had de haven al leren kennen in de oorlog. In plaats van naar school te gaan zwierf hij door de Rietlanden op zoek naar bruikbare kolen tussen de sintels langs de spoorbaan, iets gapbaars of een klusje als invaller bij een losploeg. Jaring noemt nu de oorlog en de haven zijn academie. Daar is hij gevormd. Tegelijkertijd groeide in die jaren de wens om de armoede van de havens te ontvluchten en kunstenaar te worden. Kunstenaar? Het kwam niet helemaal uit het niets vallen, want op school was hij er achter gekomen dat hij handig en creatief was en goed kon tekenen. Kunstenaar dus en minstens net zo goed als Rembrandt of Van Gogh. Zijn keuze stond vast, maar de keuze op zich maakte hem nog geen kunstenaar.
Klapcamera Na de oorlog werkte Jaring, tot hij werd opgeroepen voor de dienstplicht, in de winkel van zijn vader. Hij schilderde ook, maar niemand kocht zijn 'troep'. In dienst kwam Jaring toevallig in aanraking met de fotografie. Hij leende vaak de klapcamera van zijn slapie Jopie Damen en ontwikkelde zijn eerste foto's in de donkere kamer van Welzijn, de soos voor militairen. 'Ik kon helemaal niet fotograferen, maar in die tijd was de grove korrel in. Alles moest zo grof mogelijk en dat verhulde dat mijn foto's niet scherp waren. Daar kwam ik later pas achter, maar op dat moment vond ik mezelf erg goed.' Jaring kreeg de smaak te pakken en eenmaal uit het leger trok hij, gewapend met toestel, door Amsterdam om kinderportretjes te maken. Het was vanuit artistiek oogpunt misschien weinig verheffend, maar door de ervaring kreeg hij wel de techniek goed onder de knie. Van de inkomsten konden hij en zijn net gestichte gezin niet leven. Noodgedwongen werkte hij, vaak ook 's nachts, in de havens waar hij vele baantjes had. Hij was walmatroos ('een moorddadig goed baantje'), bootwerker, dokwerker en veiligheidsinspecteur. Maar wat hij ook deed, altijd droeg hij zijn 'kiekkassie' bij zich. Zijn vrienden en collega-bootwerkers, ijzerwerkers, reepgasten, dokwerkers en zeelui waren gewend aan Cor en zijn camera. Cor was een van de jongens. Hij fotografeerde de havens van voor de massa-ontslagen en de verkillende automatisering. Van toen de kantines van de scheepswerven nog groot en vol waren. 'Duizenden foto's heb ik geschoten, dozen vol en nooit heb ik me gerealiseerd dat ik een document aan het maken was van de nu verdwenen antieke haven.' En het koste geld. Veel geld. Al dat papier en het geëxperimenteer in de donkere kamer. De prijs die hij en zijn gezin betaalden voor het nagestreefde doel, erkenning als kunstenaar, was hoog, realiseert Jaring zich. 'Mijn vrouw heeft het zwaar gehad, maar ik moest en zou slagen en zij had er begrip voor.'
Verkilling Jarings erkenning kwam onvermijdelijk. Hij kreeg contacten in het kunstwereldje toen hij van zijn vader het beheer kreeg over drie oude pandjes op de Oostelijke eilanden die hij verhuurde aan kunstenaars. 'Ze betaalden natuurlijk nooit de huur, maar via hen kwam ik wel in contact met de juiste mensen.' Hij nam zijn foto's uit de havens mee naar de kroegen waar zijn nieuwe vrienden uithingen en daar werd zijn werk op de juiste waarde geschat. Vanaf 1966 was Jaring niet langer op de havens aangewezen voor zijn onderhoud en kon hij leven van de fotografie. Jaring verwierf landelijke bekendheid als de Provo-fotograaf. Net als bij de havens fotografeerde hij de Provobeweging, waarvan hij mede-oprichter was, van binnenuit. Voor de samenstelling van het boek De Amsterdamse Haven, dat ter ere van het honderdjarige jubileum van het Gemeentelijk Havenbedrijf is uitgegeven, trok Jaring weer met zijn kiekkassie de havens in. Bij de Koperen Ploeg proefde hij nog de oude sfeer van vroeger, daar was het gezellig en werd gelachen. Verder is het killer geworden, afstandelijker ook. Maar gelukkig is de armoede verdwenen. (PvO) bron:de Schuttevaer
COR JARING - ENGLISH
Cornelis Jaring was born on December 18, 1936 on one of the 'islands' of Amsterdam. Most well known is his photographie work on Provo* the Amsterdam hippie-movernent of the 1960s. But from an aesthetical and social perspective his pictures of the Amsterdam harbour are certainly more impressive. Jaring was and is a man of the street. When young he did all kinds of jobs in the harbour of Amsterdam, and assisted his father in his second~hand shop. It was in military service that Jaring first met photography. and although he is a deserving painter too, he never left photography again. He felt at home in the streets of Amsterdam, and photographed people at work, the red light district, the markets, the harbour. In 1962, the year of his first exposition, he ran into Robert Jasper Grootveld, who was to become one of the heroes of Dutch Provo. Jaring followed, covered and became famous with his photographs of the roaring sixties. His Provo-photographs are a sign of the time: dark, quick, moments of great anxiety and activity. His greatest involvement was with the movement's more playful happenings: the Insect Sect, "the Kitch-Conservatory. His political feelings were never that strong, which made it rather unproblematie for him to sell his pictures of the politically loaded actions to whoever wanted to publish them. lt is for that reason that his work and the history of Dutch Provo gained international recognition, and have become almost inseparable. In the late sixties Jaring started to travel: to the Far East, Northern Africa, the Soviet Union and large parts of Europe. His photographs differ considerably from the work on Provo. Provo was his world, he literally was always close to his subject, whereas his travel-photographs are more distanced, more reflective, the people seem further, away. With the death of Provo, Jarings work has moved definitely in the direction of documentary photography, concentrated on his Amsterdam: life in different quarters of the city, the life and work of chinese populations of Amsterdam, Carnival in the Capital. Influential magazines like Life Time, Stern, and others all over the world have covered Jaring's work. Since 1971 jaring teaches at the Enschede Academy of Art. In 1987 Christie’s Amsterdam held a sale, comprising 250 photographs of 'the Amsterdam master photographer’. Jaring is still active as a photographer. Of late he has taken to picture more of the Amsterdam harbour, and of daily life in the quarter around his home. Notwithstanding the wide variety of subjects he "covered", the travels he made, as a thread throughout his work stands his impressive and still increasing oeuvre on the Amsterdam harbour. It is in a way paradigmatic for his entire oeuvre as it is the ultimate social comment, the universal record of people and their life. It is timeless photography, of hard Work. It is encompassing in it’s aesthetic, its social and political message, and the hard, dark and clear quality of composition and content render this part of his oeuvre unforgettable. Bernie Pasveer.